Geschiedenis

In de jaren 50 van de vorige eeuw gingen nog niet veel mensen op vakantie naar het buitenland, maar de families B. Verwaal, L. van Gulik en C. Verburg uit Den Haag hadden in dat jaar de Rivièra als vakantiebestemming gekozen.

Daar zagen ze wat oudere mannen op een pleintje in het dorp een spel spelen: ze gooiden met ijzeren ballen naar een klein balletje. Nieuwsgierig geworden, wilden ze graag meer weten over de regels van dit spel. Maar de communicatie in het Frans vlotte niet erg en werden ze niet veel wijzer. Toch werden ze gegrepen door het spel en de gemoedelijke sfeer tijdens het spelen.

Op de terugweg naar huis ziet een van de mannen in de winkel van een wegrestaurant een setje jeu de boules ballen liggen en vervolgens besluiten de drie heren ieder een set boules mee naar huis te nemen.

Op 4 april 1958 komen ze weer bij elkaar om te praten over de oprichting van een jeu de boulesvereniging in Den Haag. Ze beginnen op 23 mei 1958 met hun eerste wedstrijdje aan de Laan van Poot, waarbij ook een vierde man betrokken werd, de heer Trippelaar. Op 31 december 1958 komen 11 mannen bij elkaar in café ‘De Galerij’ aan de Laan van Meerdervoort, waar zij besluiten de eerste Jeu de Boulesvereniging van Nederland op te richten. Het zijn de heren Verwaal, van Gulik, Trippelaar, van Pelt, van Dijk, Boon, Plasman, Maatman, Schuurhoff, Wiebes en Verburg. De vereniging krijgt de naam ‘De Pioniers’. Zij besluiten dat het een vereniging wordt alleen voor mannen.

Aan het eind van 1959 telt de vereniging al 24 leden. Het bestuur nodigt journalisten uit om het jeu de boulen onder de aandacht van een breder publiek te brengen. Het geeft demonstraties in Den Haag en omgeving. Er verschijnen artikelen, onder andere in de ‘Libelle’ om Petanque onder een breed publiek bekendheid te geven. Er onstond een enorme vraag naar de spelregels en waar je jeu de boulesballen kon kopen.

Eind 1960 zoekt de heer van Gulik contact met de heer de Boer van Polygoon-journaal. Hij heeft nieuws voor hem: in Den Haag is de eerste jeu de boule vereniging in Nederland opgericht. En jawel, de journalist van het Polygoong journaal komt op bezoek met een cameraman en een paar weken later van 13 tot 20 januari 1961 wordt de film in elke bioscoop in Nederland vertoond met de naam van ‘De Pioniers’ in beeld en een uitleg over het spel. Ook de welbekende sportjournalist Jan Cottaar schonk op 24 oktober 1961 op de tv aandacht aan ons spelletje waarbij ook het filmpje vertoond werd. De secretaris werd overstelpt met vragen over boulesbanen, spelregels, ballen enz.

In het begin mochten de Pioniers gebruik maken van een van de kleedkamers van de Atletiekvereniging waar zij speelden. Het was een hokje van 4 bij 4 meter, de inrichting was sober, met houten zitbanken en een houten tafel met plaats voor ongeveer 15 mensen. Het gaskacheltje moest elke speeldag bijtijds aangestoken worden zodat het een beetje dragelijk werd. Na de koffie ging het kacheltje uit, anders zou het te duur worden. In de winter had het bestuur permissie gegeven om de kachel aan te laten tot na afloop van de wedstrijd. In de verslagen uit die tijd is te lezen dat de koffie 25 ct. kostte en dat er toen ook mensen waren die wel eens vergaten om te betalen. Het leidde tot de regel: eerst betalen, daarna krijg je je nummer om te spelen.

Thans heeft de club ongeveer 50 leden. Wat beweegt ons als oude knarren om zo vol elan wekelijks de boules te werpen. In de eerste plaats beleven de spelers enorm veel plezier aan het spel met de boules, het is alsof zij terugkeren naar hun jeugd. Lekker spelen en elkaar de loef afsteken. De uitkomst van het spel blijft altijd onzeker, want het blijft ook voor de goede spelers een spel waarin geluk een belangrijke rol speelt. De ene dag ups en de volgende dag downs.

Het clubgebouw is in de loop jaren ook verbeterd, we maken nu gebruik van de kantine van de Atletiekvereniging, het is er lekker warmde en we hebben alle ruimte om met elkaar te kletsen over het spel en andere genoegens van het leven.

De reglementen en spelregels waren niet altijd up-to-date. In Frankrijk worden de spelregels regelmatig herzien. En er was nog een probleem: waar halen wij onze jeu de boules ballen vandaan. Veel leden moesten hiervoor naar Frankrijk op vakantie. Bij de Bijenkorf kon je wel ballen kopen, maar die waren van van plastic! De sportwinkel Excelsior zag wel wat in deze sport en begon met de import en de verkoop van professionele stalen ballen.

In september 1972 werd de Nederlandse Jeu de Boules Bond opgericht. Onze club werd ook lid, maar kon vanaf dat moment niet meer buiten de Bond om spelen tegen een andere club, ook niet recreatief. Het werd een wedstrijdsport en de leden mochten alleen in officiële wedstrijden tegen elkaar spelen. De animo om alleen wedstrijden te spelen was er niet bij de Pioniers. Dus we hebben de Bond verlaten en gekozen voor gezelligheid en ontspanning.

Een paar jaar geleden was ‘De Pioniers’ te gast bij Radio West. Enkele dames van “Altijd Voorwaarts” hoorden op de radio dat wij ons presenteerden als een jeu de boulesclub voor mannen. Zij verweten ons dat we vrouwen zouden discrimineren. Het kostte ons een beetje moeite om het tegendeel te bewijzen. Het is toch nog goedgekomen. Elk jaar boulen we één keer op een vrijdagmiddag een wedstrijdje tegen de dames van ‘Altijd Voorwaarts’. Bij dit partijtje doen geen mannen van AVW mee.

Het ontstaan van Jeu de Boules

Al in de Griekse tijd werd geoefend in het gooien met ballen, maar toen de Romeinen er het doel of “but” aan toevoegden kon je spreken van het allereerste begin van Jeu de Boules. De Romeinen importeerden deze sport, net als vele andere vaardigheden en technieken naar Gallië, waar het tot de dag van vandaag de volkssport is gebleven. Jeu de Boules is de Franse verzamelnaam voor balspelen die in Italië “Boccia” heten, in Engeland “Bowls”, in België “Krullebollen” en in Duitsland “Boule spiel”. Na een opleving van het spel in de middeleeuwen verloor het spel zijn aantrekkingskracht en werd hoofdzakelijk nog gespeeld in de Provence.

Keizer Karel V sprak halverwege de 16e eeuw de banvloek uit over het spel, dat naar zijn mening te veel de aandacht en energie van zijn onderdanen afleidde. Het verbod dat hij uitvaardigde tegen Jeu de Boules zou, zo dacht de Keizer, in plaats van het balspel het hand-kruisboog schieten populairder maken. Het is hem niet gelukt, want het Jeu de Boules bleef bestaan.

De meest bekende en beoefende vorm van Jeu de Boules is pétanque. Pétanque is afgeleid van “pieds tanques” de voeten gebonden bij elkaar. Het spel werd ontwikkeld door een fanatieke Jeu Provencal speler (een andere spelsoort, waarbij een aanloop wordt genomen), die door reuma minder mobiel geworden was, maar die toch zijn geliefde sport wilde blijven beoefenen.

Na 1945 waaierde het spel uit over Europa. Niet veel later volgden alle middeneuropese landen en de franse kolonien. Tegenwoordig wordt er “gebouled” tot in Amerika en Thailand. In dat laatste land is zelfs de prinses de beschermvrouwe van de bond en een van de meest fanatieke supporters.

Frankrijk is niet allen de bakermat van het spel, maar in Frankrijk heerst ook echt een boule cultuur. De Franse bond is qua grootte de derde bond van Frankrijk, met meer dan 440.000 leden. Daarnaast zijn er vele Fransen die het spel buiten verenigings- cq bondsverband beoefenen.